Loongrenzen: wat en waarom?

De toepassing van enkele arbeidsrechtelijke bepalingen is afhankelijk van het loon van de betrokken werknemers en bepaalde loongrenzen. Die loongrenzen worden jaarlijks aangepast. Dit zijn de bedragen voor 2022.

In welke situaties zijn er loongrenzen?

Loongrenzen zijn van belang voor de toepassing van:

Hoe hoog zijn de loongrenzen ?

Vanaf 1 januari 2022 is een concurrentiebeding maar geldig als het bruto jaarloon hoger is dan 36.785 euro. Ligt het bruto jaarloon tussen 36.785 euro en 73.571 euro, dan geldt het concurrentiebeding maar voor de functies die vastgelegd werden in een cao. Boven de 73.571 euro geldt het omgekeerde: het concurrentiebeding is geldig, behalve voor de functies die bij cao uitgesloten worden.
Het concurrentiebeding voor een handelsvertegenwoordiger maakt bovenstaand onderscheid niet en is geldig als het bruto jaarloon hoger is dan 36.785 euro.

Een arbitragebeding is maar geldig als het bruto jaarloon meer bedraagt dan 73.571 euro.

Scholingsbedingen zijn maar geldig als het bruto jaarloon meer bedraagt dan 36.785 euro.

Opzeggingstermijnen

Loongrenzen speelden ook een rol bij de berekening van de opzeggingstermijnen van de bedienden. De berekening van de opzeggingstermijnen is ondertussen iets ingewikkelder omdat op 1 januari 2014 het zogenaamde eenheidsstatuut van start ging. Voor werknemers die al vóór 1 januari 2014 in dienst waren bij hunn huidige werkgever, wordt voor de berekening van de anciënniteit tot 31 december 2013 bij hun werkgever gekeken naar de loongrenzen die van toepassing waren op 31 december 2013. Namelijk: respectievelijk 32.254 euro en 64.508 euro.

Sinds 1 januari 2014 wordt de opzeggingstermijnen dus berekend op twee elementen:

Als een werkgever de opzegging doet, wordt de termijn als volgt berekend:

Anciënniteit: Opzeggingstermijn door de werkgever (in weken):
- van 0 tot minder dan 3 maanden: 1 week
- van 3 maanden tot minder dan 4 maanden: 3 weken
- van 4 maanden tot minder dan 5 maanden: 4 weken
- van 5 maanden tot minder dan 6 maanden: 5 weken
- van 6 maanden tot minder dan 9 maanden: 6 weken
- van 9 maanden tot 24 maanden: + 1 week per 3 maanden
- van 2 jaar tot minder dan 3 jaar:  12 weken
- van 3 jaar tot minder dan 4 jaar: 13 weken
- van 4 jaar tot minder dan 19 jaar: + 3 weken per jaar
- van 19 jaar tot minder dan 20 jaar: 60 weken
- van 20 jaar tot minder dan 21 jaar: 62 weken
- vanaf 21 jaar tot minder dan 22 jaar: 1 week per jaar

Komt de opzegging van de werknemer, dan gelden de volgende regels:

Anciënniteit: Opzegging door de werknemer (in weken):
- van 0 tot minder dan drie maanden: 1 week
- van 3 maanden tot minder dan 6 maanden: 2 weken
- van 6 maanden tot minder dan 12 maanden: 3 weken
- van 12 maanden tot minder dan 18 maanden: 4 weken
- van 18 maanden tot minder dan 24 maanden: 5 weken
- van 2 jaar tot minder dan 4 jaar: 6 weken
- van 4 jaar tot minder dan 5 jaar: 7 weken
- van 5 jaar tot minder dan 6 jaar: 9 weken
- van 6 jaar tot minder dan 7 jaar: 10 weken
- van 7 jaar tot minder dan 8 jaar: 12 weken
- vanaf 8 jaar: 13 weken

accounting together

Samen met u gaan we voor het beste.